Wat verander je aan ‘s werelds populairste desktopluidsprekers als je ze niet wil heruitvinden, maar wel grondig wil bijschaven? Met de Audioengine A2+ Gen 3 geeft Audioengine daarop een helder antwoord. Het vertrouwde compacte tweekanaalsformaat blijft overeind, maar onder de motorkap verandert er heel wat: Bluetooth 5.3 met aptX Adaptive, USB-C-weergave tot 24-bit/96 kHz en een overstap naar Class D-versterking moeten de actieve luidsprekers beter laten aansluiten bij hedendaagse computers, laptops en streamingbronnen.
Wat is er nieuw aan de Audioengine A2+ Gen 3?
De Audioengine A2+ Gen 3 is de opvolger van de in 2025 geïntroduceerde A2+ Next Gen en de derde grote stap voor een luidsprekerlijn die al sinds 2013 als instapaanrader geldt voor wie op het bureau of in een kleinere ruimte kwalitatief wil luisteren. Audioengine focust de vernieuwing op twee punten: een uitgebreidere en modernere Bluetooth-verbinding, en een vernieuwde eindtrap. De luidsprekerbezetting, de afmetingen en de knop-zonder-poespas-bediening blijven net zoals bij de vorige generaties.

Bluetooth 5.3 met aptX Adaptive
Een van de belangrijkste wijzigingen is de overstap naar Bluetooth 5.3. Audioengine gebruikt daarvoor een Qualcomm-ontvanger met ondersteuning voor aptX Adaptive, aptX HD, aptX, AAC en LC3. Bij compatibele aptX-bronnen kunnen zo audiosignalen tot 24-bit worden doorgestuurd. AptX Adaptive past de gebruikte bitrate automatisch aan het audiosignaal en de omstandigheden van de draadloze verbinding aan, wat voor een stabielere streamingervaring moet zorgen.
Audioengine geeft voor gunstige omstandigheden een maximaal draadloos bereik van ongeveer 30 meter op. Daarmee blijft de A2+ Gen 3 zich vooral richten op wie snel en zonder extra componenten vanaf een laptop, smartphone of tablet wil luisteren.
USB-C ondersteunt voortaan 96 kHz
Ook de digitale USB-aansluiting is aangepakt. Waar de vorige generatie via USB beperkt was tot 48 kHz, verwerkt de nieuwe USB-C-ingang nu PCM-audio met samplefrequenties van 44,1, 48 en 96 kHz, telkens tot 24-bit. Voor de digitaal-naar-analoogomzetting rekent Audioengine op een Texas Instruments PCM5100A-DAC-chip.

Naast USB-C en Bluetooth blijven ook een analoge 3,5 mm-ingang en stereo-RCA-aansluitingen beschikbaar, en aan de achterzijde zit een variabele RCA-uitgang waarmee bijvoorbeeld een actieve subwoofer kan worden aangesloten.
Van Class AB naar Class D
De andere grote wijziging zit in de versterkertrap. Waar de vorige A2+ gebruikmaakte van een Class AB-eindtrap, kiest Audioengine bij de Gen 3 voor Class D-versterking. Dat levert vooral voordeel op qua efficiëntie en warmteontwikkeling; het opgegeven vermogen zelf blijft ongewijzigd op 15 watt RMS per kanaal aan 4 ohm, met een piekvermogen van 30 watt per kanaal en dus maximaal 60 watt piekvermogen in totaal.
De luidsprekerbezetting blijft verder herkenbaar: elke kast bevat een 2,75-inch woofer van aramidevezel en een 0,75-inch softdome-tweeter. Audioengine specificeert een frequentiebereik van 65 Hz tot 22 kHz ±2 dB, een signaal-ruisverhouding boven 95 dB en een THD+N van minder dan 0,05 procent.
Compact formaat, afwerkingen en prijs
Aan de compacte, frontported MDF-behuizing verandert weinig: elke luidspreker meet ongeveer 156 x 106 x 138 mm, wat de A2+ Gen 3 net als zijn voorgangers geknipt maakt voor een bureau, een slaapkamer of een andere kleinere luisterruimte. Audioengine biedt het model aan in vijf afwerkingen: Matte Black, Matte Green, Hi-Gloss Limoncello Yellow, Hi-Gloss Piano White en Hi-Gloss Red.
































