Het moet ergens rond 2005 geweest zijn dat ik mijn eerste projector in handen kreeg — niet thuis, maar in een professioneel kader: een toestel voor de vergaderzaal. Peperdure apparaten waren dat, al snel rond de 5.000 euro, met een resolutie die naar vandaagse normen bescheiden oogt. Tot ik op een dag een HD-ready Hitachi-projector kocht — deze kostte meer dan 2.000 euro toen — en die voor het eerst in volle glorie liet draaien tijdens de Olympische Spelen van 2008. Vanaf dat moment was ik verkocht. Groot beeld, een hele wand vol film: er gaat echt iets onweerstaanbaars van uit.
Sindsdien is er heel wat de revue gepasseerd. De technologie ging met sprongen vooruit, en ik mocht in de loop der jaren heel wat projectoren testen — van Sim2 over Optoma tot JVC. Van die laatste ben ik openlijk fan: de D-ILA-projectoren gebruik ik intussen al meer dan tien jaar als mijn ultieme referentie. Vandaag staat er al zo’n vijf jaar een JVC DLA-N7BE in onze referentieruimte, een topprojector waar ik wekelijks nog van geniet om zijn aangename contrast en kleurrijke beeld, gevoed door een Yamaha RX-A8A-receiver en een M&K-surroundset. Hoog niveau, en een prijskaartje dat daarbij past.
En dan komt daar een toestel binnen van 2.799 euro dat beweert die hele filosofie op zijn kop te zetten. Eén kastje, geen losse beamer aan het plafond, geen meterslange kabelgoten, geen apart streamingblokje. Een ultrakorteafstandprojector die je gewoon tegen de muur schuift en die zichzelf grotendeels installeert. Ik gaf toe: ik keek er kritisch naar. Wie jarenlang met een veel duurdere referentie heeft geleefd, gaat zo’n belofte niet zomaar geloven. Tot ik hem aanzette.
Van filmzaal naar huiskamer: het verhaal achter Formovie
Formovie is geen merk dat al decennia in onze contreien rondhangt, en toch heeft het stamboom. Achter het label zit Appotronics, het Chinese bedrijf dat de ALPD-lasertechnologie ontwikkelde — een lichtbron die je intussen in heel wat bioscoopzalen wereldwijd terugvindt. Met andere woorden: de technologie die hier in je huiskamer staat te schijnen, komt rechtstreeks uit de professionele projectiewereld. Dat is geen marketingverhaaltje, dat is gewoon de afkomst van het ding. En voor wie zoals ik ooit met die peperdure professionele toestellen werkte, voelt dat bijna als een kringetje dat zich sluit: technologie die toen onbetaalbaar was, staat vandaag voor een fractie van die prijs in een kastje van nog geen tien kilo.
De voorganger, de oorspronkelijke Formovie Theater, oogstte lof en won vergelijkende tests in de tri-laserklasse, vóór gevestigde namen als Samsung en LG. De Formovie Theater Premium 4K Laserprojector die ik hier testte, is daar de logische opvolger van. De grote sprong zit niet enkel in het beeld, maar ook in het brein. Waar de eerste generatie nog op Android TV draaide zónder Netflix-certificering — een klassiek pijnpunt bij dit soort toestellen — heeft deze Premium nu volwaardig Google TV aan boord. En ja, dus mét gecertificeerde Netflix. Dat klinkt als een detail, maar het is precies het soort detail dat het verschil maakt tussen “leuk speeltje” en “echte tv-vervanger”. Het positioneert dit toestel meteen als het vlaggenschip van Formovie’s huidige aanbod: alles wat het merk in huis heeft, zit hierin samengebald.
Sober kastje, vol vernuft
Haal je de Theater Premium uit de doos, dan valt meteen de ingetogenheid op. Geen blits design, geen tierlantijntjes. Een antraciet, mat afgewerkte behuizing van 550 bij 349 bij 107 millimeter, goed voor 9,8 kilo. Die matte afwerking is een bewuste keuze: ze reflecteert nauwelijks, zodat het toestel in een donkere kijkruimte niet zelf gaat meeglinsteren. Stoffen panelen aan de voor- en zijkant verbergen de luidsprekers, met discreet het opschrift “Sound by Bowers & Wilkins” op het front. Het geheel rust op drie voetjes, waarvan de twee voorste via een draaiknop in hoogte verstelbaar zijn — handig om het toestel waterpas te krijgen. Onderaan zitten bovendien vier bevestigingspunten, zodat je hem desgewenst ondersteboven aan het plafond kan monteren. Het is een toestel dat zich visueel wegcijfert, en dat is net de bedoeling: niet het kastje moet indruk maken, wel het beeld dat eruit komt.
In de doos zelf vind je naast de projector een compacte afstandsbediening in Google TV-stijl, een voedingskabel, de handleiding, een garantiekaart en een reinigingsdoekje. De afstandsbediening oogt degelijk, met een microfoon voor Google Assistant, snelkoppelingen naar Netflix en YouTube, profielselectie en de gebruikelijke navigatie. Ze werkt op twee AAA-batterijen — en daar zit meteen een klein minpuntje: ze is niet oplaadbaar en de toetsen zijn niet verlicht. In een donkere bioscoopruimte mis je dat laatste af en toe.
Maar het echte verhaal zit binnenin. De lichtbron is een triple-laser ALPD RGB+ 4.0 van Appotronics, goed voor tot 2.200 ISO-lumen en een opgegeven kleurbereik van 107% van Rec.2020. Volgens de fabrikant levert deze vierde generatie zo’n 30% meer vermogen dan de vorige, met een betere ruisonderdrukking van het laserbeeld. De projectie verloopt via een DLP-systeem met 4K XPR-pixelshifting — geen native 4K-chip dus, maar in de praktijk een bijzonder scherp en gedetailleerd beeld, daarover straks meer. De throw ratio van 0,21:1 is een van de kortste op de markt: op amper 7,4 centimeter van de muur projecteert dit toestel al een beeld van twee meter breed, en bij zo’n 40 centimeter haal je een diagonaal tot 3,8 meter. Voor wie in een kleinere ruimte zit, is dat goud waard — je hebt geen meters projectieafstand nodig om toch een gigantisch beeld te krijgen.
Aansluitingen zijn er voldoende: drie HDMI-poorten (waarvan één met eARC voor je versterker of soundbar), twee USB-poorten, een digitale optische uitgang, een analoge line-out en een LAN-aansluiting. Draadloos is er WiFi 6 en Bluetooth 5.0, en dankzij DLNA-ondersteuning haal je via apps als VLC of Plex moeiteloos je lokale media binnen. Op beeldvlak ondersteunt de Premium Dolby Vision, HDR10 en HLG. HDR10+ wordt wél gedecodeerd, maar zonder volwaardige native dynamische tonemapping — in de praktijk leunt het beeld dan op HDR10. Een Filmmaker Mode of IMAX Enhanced-certificering zit er niet in. Op dit prijsniveau zijn dat eerlijk gezegd luxeklachten, maar ik noem ze toch, want eerlijkheid duurt het langst. Voor de bewegingsweergave is er dan weer wel MEMC aan boord, dat tussenliggende beelden berekent om snelle scènes vloeiender te maken — handig bij sport en actie, al schakel ik dat persoonlijk voor pure film liever uit.
Installeren in enkele minuten, kijken in stijl
Hier zit een van de grootste verrassingen, en meteen ook de wow-factor. Het volledige concept — beeld én geluid — staat in enkele minuten klaar. Je steekt het toestel in, je doorloopt de Google TV-procedure waarbij je inlogt met je Google-account, en vervolgens kies je je streamingdiensten: Netflix, Disney+, Prime Video, Apple TV, YouTube, noem maar op. Alles wordt netjes voor je geïnstalleerd. Daarna is het een kwestie van het beeld passend krijgen: de gemotoriseerde focus doet automatisch zijn werk, en met de 8-punts keystone-correctie trek je het beeld desnoods handmatig recht — een rondje in het centrum wordt perfect cirkelvormig wanneer de verhoudingen kloppen. Eerlijk, voor wie ooit drie kleurenkanonnen heeft zitten convergeren, voelt dit als pure luxe.
Daar zit meteen mijn voornaamste praktijkkritiek: het handmatig finetunen van de geometrie en het doorploegen van de beeld- en geluidsmenu’s voelt soms wat omslachtig aan. Niets onoverkomelijks, maar wie graag tot op de millimeter en de laatste nuance afstelt, zal even moeten zoeken in de menustructuur. Het automatische voorstel daarentegen brengt je verbluffend snel tot een correct beeld, en voor de meeste gebruikers volstaat dat ruimschoots.
En dan het beeld zelf. Ik draaide eerst Passengers in cinema mode, en de eerste indruk was er meteen een van “tiens, dat is straf”. Scherpe close-ups, natuurlijke huidtinten, intense maar geloofwaardige kleuren. Bij de nachtelijke scènes in het ruimteschip hield het contrast verrassend goed stand, al moet ik eerlijk zijn dat de allerdiepste schaduwpartijen net iets aan tekening inboeten. Waar dit toestel echt schittert, is in zijn levendigheid. En hier wordt de vergelijking met mijn vaste referentie boeiend. Waar mijn JVC een eerder zacht, ingehouden en filmisch beeld neerzet — verfijnd, genuanceerd, bijna terughoudend — spat het beeld bij de Formovie van het scherm. Bloemen en kleuren in close-up krijgen een haast tastbare aanwezigheid. Het zijn twee verschillende karakters, twee verschillende filosofieën zelfs. En laat me duidelijk zijn: dat een toestel van 2.799 euro zich überhaupt in dit gesprek mengt met een referentie die een veelvoud kost, vind ik ronduit knap. Dat had ik vooraf niet verwacht, en het is precies dat soort verrassing waarvoor je dit werk graag doet.
De upscaling testte ik met de Blu-rays van Lord of the Rings: The Return of the King en Star Wars: The Force Awakens. Van 1080p naar 4K UHD: effectief en proper, zonder zichtbare artefacten of overdreven contouren. De velden van Gondor, de ruimteslagen tegen een diepzwarte achtergrond — het bleef allemaal helder en samenhangend. De ALPD-laser toont zich krachtig en helder, en ik merkte slechts een uiterst licht regenboogeffect — zo subtiel dat ik het nauwelijks het vermelden waard vind. Wat wél eerlijk gezegd moet worden: in een lichte omgeving verliest het beeld aan contrast en gaan de kleuren wat vlakker ogen. Dat is de aard van het beestje bij UST-projectoren. In mijn verduisterde kijkruimte speelde dat geen enkele rol, maar wie overdag in een lichte huiskamer kijkt, doet er goed aan een ALR-daglichtscherm te overwegen. Zo’n scherm reflecteert vooral het licht dat van onderuit komt en negeert grotendeels het omgevingslicht van boven en opzij. Dan komt het beeld pas echt tot zijn recht — al blijft ook dan gelden dat dit toestel in het donker op zijn mooist is.
Blijft het geluid, en daar komt de hifi-liefhebber in mij even naar boven. Ik luisterde eerst met de ingebouwde Bowers & Wilkins-luidsprekers: twee keer vijftien watt, elk met een eigen tweeter en woofer, en met Dolby Atmos en DTS:X aan boord. Voor een projector is dat ronduit verzorgd. Een brede, hoge klankspreiding, dynamisch, met een verrassend overtuigende bas. De spatialisatie zit vooral aan de voorzijde; zijdelingse en achtereffecten blijven wat timide, en een subwoofer-uitgang ontbreekt. Daarom koppelde ik hem vervolgens via HDMI eARC aan mijn Yamaha RX-A8A-surroundversterker, met de M&K-set (S150-fronts, MP150 en de X12-subwoofer), en dan til je de beleving uiteraard naar een ander niveau. Maar de boodschap is duidelijk: wie geen volledige set wil, heeft hier al meteen een meer dan behoorlijke klank in huis. Heel netjes voor wie van muziek én film houdt. En noteer: het toestel werkt bijzonder geluidsarm, geen storende ventilatorruis tijdens het kijken.
Een compleet bioscoopconcept in één kastje
Wat de Formovie Theater Premium zo bijzonder maakt, is niet één uitschieter, maar de optelsom. Dit is geen losse beamer die je nog moet aanvullen met een streamingbox, een geluidssysteem en een berg kabels. Dit is een compleet, haast mobiel home cinema-concept dat je in enkele minuten neerzet en aanzet. Krachtige en heldere laser, gedetailleerd en kleurrijk beeld, gecertificeerde Google TV, degelijk geluid van Bowers & Wilkins, en een ultrakorte projectieafstand die het ook in kleinere ruimtes inzetbaar maakt. Alles aan boord, zonder gedoe.
Voor 2.799 euro is wat je hier krijgt, eerlijk gezegd verbluffend. De minpunten — geen HDR10+ (wel gedecodeerd), geen IMAX Enhanced, geen subwoofer-uitgang, een afstandsbediening die niet oplaadbaar of verlicht is, en menu’s die wat omslachtig navigeren — zijn reëel, maar wegen licht tegenover wat hier geboden wordt. Het belangrijkste aandachtspunt blijft de omgeving: in het volle daglicht heb je een ALR-scherm nodig om het beeld optimaal te houden. In het donker speelt dit toestel daarentegen ver boven zijn prijsklasse.
Voor wie een filmzaal in huis wil zonder de complexiteit en de meerprijs van een volledige beamerinstallatie — als tv-vervanger overdag én als bioscoop ‘s avonds — is dit een van de mooiste voorstellen die ik in lange tijd over de vloer kreeg. Dat een toestel van dit kaliber zich durft te meten met mijn veel duurdere JVC, zegt eigenlijk alles. Denk maar even terug aan die peperdure projectoren van twintig jaar geleden, en besef dan wat hier vandaag voor 2.799 euro op je muur verschijnt. Ga hem zelf eens bekijken in een donkere ruimte. Grote kans dat ook jij even rechtop gaat zitten.
Voordelen
- Een compleet home cinema-concept in één toestel, met beeld, geluid en Google TV aan boord.
- De installatie is in enkele minuten gebeurd dankzij gemotoriseerde focus en automatische geometrie.
- Het beeld is precies, gedetailleerd en levendig, met kleuren die van het scherm spatten.
- De krachtige ALPD-triple-laser zorgt voor een heldere, contrastrijke weergave in het donker.
- De upscaling van 1080p naar 4K verloopt proper, zonder zichtbare artefacten.
- De ingebouwde Bowers & Wilkins-luidsprekers klinken verzorgd en dynamisch, met verrassende bas.
- De ultrakorte projectieafstand maakt het toestel ook in kleinere ruimtes bruikbaar.
- Het toestel werkt bijzonder geluidsarm tijdens gebruik.
Nadelen
- Er is geen volwaardige native HDR10+-tonemapping; HDR10+-content wordt wel gedecodeerd, maar leunt in de praktijk op HDR10.
- Een IMAX Enhanced-certificering en Filmmaker Mode ontbreken.
- Er is geen subwoofer-uitgang voorzien voor wie de bas wil uitbreiden.
- De afstandsbediening is niet oplaadbaar en heeft geen verlichte toetsen.
- In een lichte omgeving verliest het beeld aan contrast, tenzij je een ALR-scherm gebruikt.
- Het handmatig navigeren door de beeld- en geluidsmenu’s en de keystone voelt wat omslachtig aan.





































